Martin Creed


(1968, Wakefield, GB)
www.martincreed.com
http://www.martincreed.com/works/workno560.html
Ondanks het feit dat het concept een belangrijke rol speelt in het werk van Creed, zijn ook de vorm en het materiaal van groot belang. Vaak zijn die eenvoudig en bescheiden.
Voor zijn nominatie voor de Turner Prize in 2001 gebruikte Creed de hem toegewezen zaal en maakte het werk ‘Work No. 227: The Lights Going On and Off’. Met tussenpauzes van 5 seconden ging in de zaal de verlichting aan en uit. Voor het overige was de zaal leeg. De bezoekers waren alleen met zichzelf in een ruimte die ze gewoonlijk niet eens bewust zouden ervaren en die nu beurtelings licht en donker was.
En elke keer dat het werk opnieuw te zien is, geven de bezoekers er door hun ervaringen nieuwe betekenissen aan. Niet alleen het concept, maar juist ook de ervaring van het werk is van groot belang om het werk te doorgronden.

Work No. 317 – Elevator ooh/aah up/down – 2004 infotekst van Abbemuseum
Work No. 317 van Martin Creed in het Van abbemuseum is te vinden in de lift tijdens een van de vele mogelijke reizen tussen de vijf verdiepingen van het gebouw. Elke reis is anders; de bestemming, het doel en de medereizigers verschillen. Meestal zijn we ons hier niet zo van bewust. We verplaatsen ons achteloos van a naar b, zonder op de weg te letten. Zeker een verplaatsing met de lift betekent voor veel mensen wachten, verveling, verloren momenten.
Door een subtiele ingreep laat Creed je deze reis op een nieuwe manier ervaren. Op het moment dat de lift zich in beweging zet horen we een toonladder. Van laag naar hoog of van hoog naar laag, al naar gelang de bestemming van
de lift. Zo ontstaat een muziekstuk, gemaakt door de gebruikers. De lift is veranderd in een muziekinstrument
dat naar believen kan worden bespeeld. ‘Work No. 371’ houdt eigenlijk het midden tussen een muziekstuk en een sculptuur. Je zou de liftkooi als sculptuur kunnen bestempelen. Ook het geluid dat in en buiten de lift ruimte inneemt, kun je je op een visuele manier voorstellen. Creeds werk is intelligent, lichtvoetig en vol subtiele humor. Steeds opnieuw begint hij bij nul en probeert hij de wereld opnieuw te begrijpen. Belangrijke klassieke thema’s waarover hij zich buigt zijn compositie en positie in de ruimte. Het aantal mogelijke composities en posities is oneindig groot. Hoe kun je daaruit een keuze maken? Creed zoekt naar een oplossing waarbij de verschillende mogelijkheden gelijkwaardig zijn aan elkaar, waarbij de ene niet belangrijker is dan de andere. In ‘Work No. 317’ heeft hij een perfecte oplossing gevonden. De compositie van het werk wordt bepaald door de bezoekers die zich met de lift van a naar b verplaatsen. En ook de positie van de lift in het gebouw is afhankelijk van hun keuze. De behoefte aan gelijkwaardigheid spreekt ook uit de titels van zijn werken. “Ik wil dat al mijn werken gelijk zijn, klein of groot, een muziekstuk, een sculptuur, een installatie of een schilderij. Ik wil dat ze allemaal gelijk behandeld worden – ze allemaal een nummer geven was een manier om dat te doen.”

Creeds werken halen vanzelfsprekendheden onderuit en laten ons de wereld op een nieuwe manier ervaren. Ze doen dat op een heel subtiele manier, met eenvoudige middelen en zonder al te grote ingrepen. Door een subtiel evenwicht te zoeken tussen het werk, de wereld en de kijker. Wat we als provocatie of obstructie ervaren blijkt bij nader inzien vooral te bestaan door onze eigen vooroordelen. Het vanzelfsprekende is doorbroken. “Kunst gebeurt, als het gebeurt, in mensen – in hun harten en hoofden en lichamen.” Martin Creed werkt ook met licht. In diverse grote stadscentra, binnen en buiten het museum, heeft Creed zijn variaties op reguliere neonreclames laten zien. Creeds slagzinnen raken aan algemene gevoelens van onrust. In zijn neons knipperen eeuwig sussende zinnen als ‘Sorge dich nicht’ of ‘Everything is going to be alright’



Banksy


grafitti, politiek, de muren, taal



Joseph Beuys


Nog verder uitzoeken..

Beuys’ planting of 7000 oak trees troughout the city of Kassel for Documenta7 embodied a wide concept of ecology which grows with time. 7000 trees were planted next to a basalt stone marker. Beuys stated that the project is a ‘movement of the human capacity towards a new concept of art, in symbolic communication with nature.’ The first tree was planted in 1982; the last tree was planted eighteen months after Beuys’ death at the opening of Documenta8 in 1987 by his son Wenzel Beuys.

‘I believe that planting these oaks is necessary not only in biospheric terms, that is to say, in the context of matter and ecology, but in that it will raise ecological consciousness-raise it increasingly, in the course of the years to come, because we shall never stop planting.’

‘I think the tree is an element of regeneration which in itself is a concept of time. The oak is especially so because it is a slowly growing tree with a kind of really solid heartwood. It has always been a form of sculpture, a symbol for this planet.’

-Joseph Beuys, quoted by Johannes Stuttgen, 1982



Loek Grootjans




Jan Rothuizen


Plattegronden waarbij je een subjectieve blik krijgt die de kunstenaar je meegeeft.

Mogelijk goed om met hem een wandeling te maken ergens in een gewone woonwijk, liefst nogal saai, en met zijn blik rond te kijken. Voor filmpje dus!

www.janrothuizen.nl



Cor Dera


Cor Dera verzameld natuurfoto’s van hoe de natuur in beeld wordt gebracht, Hij doet dat bestaande natuurfoto’s..

Ieder die Apeldoorn via de Otterlose weg binnenrijdt, ziet in de middenberm een groot billboard met aan beide zijden een abeelding van een kikker.

De fotografische reproducties, zijn in emaille uitgevoerd. Wie de stad inrijdt ziet een knalrode giftige kikker, wie de stad uitrijdt een groen doomkikker. Samen markeren ze de grens tussen de natuur en de stad. Cor Dera koos de kikker als symbool voor de natuur en ons kikkerlandje. Wat beweegt een kunstenaar om zijn werk te baseren op foto’s van de natuur? Eeuwenlang werd de kunstenaar beoordeeld op zijn vermogen om in een schilderij de natuur te evenaren. De kunst zou zelfs de natuur kunnen overtreffen door een samenstelling van de meest ideale delen. Cora Dera maakt uit bescheidenheid gebruik van bestaande foto’s. Hij wil niet wedijveren met de natuur, maar juist haar kracht en schoonheid tonen. Zijn ingrepen zijn minimaal. Door foto’s van de natuur zo te gebruiken kan een nieuwe iconografie ontstaan, waardoor wij misschien anders naar die natuur gaan kijken.



Job Koelewijn


Teksten in het water

Bonnet – het glazen hoofd