David Nash


Ash Branch Cube, 1988-89
The Tree is central to David Nash’s art. He uses trees that have been felled for good reason and examines and selects them as the stone carver may choose blocks from different parts of a quarry. Nash also plants and trains trees, pruning and bending them to grow to preordained forms – the best known example being the Ash Dome, planted in 1977. Through grafting and periodic fletching (a method in which a trunk is bent by taking a notch out of the bark and heartwood at one side only) Nash has manipulated the trees so that they are beginning to meet to make a rounded canopy.

Ash Dome1977



Joseph Beuys


Nog verder uitzoeken..

Beuys’ planting of 7000 oak trees troughout the city of Kassel for Documenta7 embodied a wide concept of ecology which grows with time. 7000 trees were planted next to a basalt stone marker. Beuys stated that the project is a ‘movement of the human capacity towards a new concept of art, in symbolic communication with nature.’ The first tree was planted in 1982; the last tree was planted eighteen months after Beuys’ death at the opening of Documenta8 in 1987 by his son Wenzel Beuys.

‘I believe that planting these oaks is necessary not only in biospheric terms, that is to say, in the context of matter and ecology, but in that it will raise ecological consciousness-raise it increasingly, in the course of the years to come, because we shall never stop planting.’

‘I think the tree is an element of regeneration which in itself is a concept of time. The oak is especially so because it is a slowly growing tree with a kind of really solid heartwood. It has always been a form of sculpture, a symbol for this planet.’

-Joseph Beuys, quoted by Johannes Stuttgen, 1982



Maarten Vanden Eynde


http://www.genetologisch-onderzoek.nl/
een boom in de fik steken.. voor en na..

voetstuk van de boom, (samen met Marjolijn Dijkman? hun naam staat bij dit werk op verschillende websites, maar volgens mij van maarten Vanden Eynde)



Jan van Schaik


Nederland – geboren: – website:

De wilg is een pionier. Zijn zaden en stekken zijn niet kieskeurig. Bijna overal wil de wilg wel wortel schieten. Als hem dat lukt, heeft het leven zich vernieuwd.’, aldus Jan van Schaik (1958, Amsterdam) die de wilg om die reden heeft gekozen als zijn materiaal. Hij laat de wilg op allerlei plekken uitbotten, zodat op die plekken natuur en cultuur elkaar kruisen. Onder zijn handen ontstaan levende sculpturen. ‘In de takken van de kronkelwilg leven wonderlijke dieren die ik zie als ik een tak op z’n kop zet. Tijdens het schillen, snijden, schuren en branden openbaart het dier zich volgens zijn eigen wetmatigheid. De regels van de natuur tonen zich zo aan mij als houtsnijder. De tak zegt me hoe het moet.’ Dat geldt behalve voor de hazen- en kopstokken vooral voor de Sprokkelbeesten. Ze richten zich op, lopen, kruipen of reiken omhoog, langs takken, in struiken, stronken met paddestoelen of elfenbankjes in het bos. Speciaal voor deze presentatie liet Van Schaik een aantal Sprokkelbeesten gieten in messing. Voor hem zelf een experiment dat eigenlijk een beetje tegen zijn ‘puur-natuur’ principes inging. Brons bleek niet geschikt voor de tengere diertjes, maar in messing lukte het wel. Ze zijn gegoten volgens de ‘cire perdue’ methode, waarbij in de mal het origineel van was plaats moet maken voor het hete vloeibare metaal, en zo verloren gaat. Donkerbruin gepatineerd doen ze als groepje van zes vooral denken aan takjes, individueel springt het beestachtige opeens in het oog.



Peter Fischli & David Weiss


Een heel specifiek werk van hun wat in de Mister Motley staat van foto’s over de verandering van de kleuren in een bos..

Zwitsers kunstenaarsduo bestaande uit Peter Fischli (1952) en David Weiss (1946).
Peter Fischli & David Weiss spelen met de werkelijkheid van alledag. Op een subtiele manier confronteren ze ons voortdurend met vragen als ‘wat is echt, wat is waar, wat is belangrijk?’ met veel schijnbare rommel, verschillende media, video, fotografie, kunsthandwerk en nog veel meer…

->lees verder



Driessen & Verstappen


leeftijd:

website: http://www.xs4all.nl/~notnot/

timelapse video van stukje Park Frankendael. ook in een kas een dergelijk timelapse project met bollen.

zie dat ze binnenkort in Spanje in een tentoonstelling zitten met als curator Lucas Evers…

tentoonstelling ALTER NATURE met ‘the unnatural animal’ in Hasselt nog t/m maart



Rudy Luijters


Kunst openbare ruimte

Werkt veel met planten  en het aanleggen van tuinen. Heeft een werk waarbij hij nieuwe namen heeft bedacht voor flora gebaseerd op een inzoom en kleuren van het flora.

Heeft verschillende tuinen aangelegd als zijnde kunstwerk



Richard Long


Engelse kunstenaar, geboren 02.06.1945 te Bristol. Woont en werkt in Bristol,

Richard Long behoort tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de land art. Natuur en andschap vormen zijn voornaamste werkterrein. Hij maakt sculpturen van materialen die hij tijdens wandelingen aantreft: ofwel ter plekke, waarbij de documentatie in de vorm van oto’s als het uiteindelijke kunstwerk functioneert, ofwel in een museum of galerie. De materialen, basaltblokken, drijfhout, keien e.d., rangschikt hij in een cirkel op de grond of op een rij; grassculpturen worden uitgesneden in een grasmat. Ook de wandel- en fietstochten zelf beschouwt hij als kunstwerk, waarmee hij het landschap als genre in de kunst in een geheel nieuw perspectief heeft geplaatst. De documentatie van deze tochten, bijv. in de vorm van kaarten waarop de route aangegeven staat, veelal in combinatie met een beschrijving van de wandeling, of foto’s vormen de uiteindelijke presentatie van zijn werk. Na 1980 maakte Long voornamelijk wandschilderingen met modder, die hij op zijn tochten verzameld heeft en met zijn handen op de muur aanbracht in de vorm van cirkels. (Encarta 2001)

Streep gemaakt door te lopen, 1967, Londen, Galerie Anthony d’Offay

Hij hield pas op met heen en weer lopen toen zijn voetstappen een duidelijk spoor hadden gevormd. Streep gemaakt door te lopen is zijn eerste “gelopen” sculptuur. Om het aan het publiek te laten zien moest hij het fotograferen. Een jaar later maakte hij Een wandeling van tien mijl in november nr. 1. Na de wandeling was geen enkele voetstap zichtbaar. De enige esthetische ervaring die aan het publiek kon worden getoond was een kaart van de omgeving waarin de route was gemarkeerd als een rechte diagonale lijn dwars door het landschap.Iemand beschreef een dergelijk werk als “liggen tussen documenten”. Het moet in de fantasie van de kijker werden ge(re)construeerd. (20ste 591)



Andy Goldsworthy


Internationale landschap kunstenaar in de jaren 60/70 en tot nu actief..

Andy Goldsworthy groeide op aan de groene, Harrogate zijde van Leeds, West Yorkshire. Vanaf zijn dertiende jaar werkte hij als hulp op boerderijen. Hij hield van het boerenwerk met zijn vaste taken op vaste tijden, het routineuze karakter, hetgeen hij vergeleek met het werken aan een beeldhouwwerk: “Veel werk lijkt op het handmatig rooien van aardappels; je moet het ritme ervan te pakken krijgen.”

Hij leeft nog steeds in Schotland en creëert plaatsgebonden sculpturen en land art-objecten, die in een landschappelijke omgeving zijn ingebed. Zijn kunst maakt hij met gebruikmaking van natuurlijke en ter plekke voorhanden materialen.

Goldsworthy speelt met gedachten over groei, over eeuwige verandering, over transformatie in zijn werken die gemaakt zijn van bladeren, takken, ijs, sneeuw, stenen, zand. Een groot deel van zijn werk is tijdelijk: wat uit  de natuur is gehaald zal er zich vroeger of later weer invoegen.

werk: een goud gekleurde steen in de rivier.. cirkels met daaromheen pigment of bladeren..



Robert Smithson


Internationaal bekend land-art kunstenaar. Bekende werk is de enorme spiraal in de zee, genaamd Spiral Jetty

Robert Smithson (1938-1973) was een Amerikaans kunstenaar die zich vooral bezighield met het minimalisme, Land Art en  landschapsarchitectuur.
biografie
Smithson ontwikkelde al vroeg een interesse in kunst en in natuurhistorie, wat werd aangemoedigd door zijn vader die hem meenam naar natuurhistorische musea en wonderen van de natuur zoals de Grand Canyon en Yellowstone Park. Al in 1953 won hij een beurs voor de Art Students League in New York en kwam daar in aanraking met kunstenaars van het Black Mountain College. Daarna studeerde Smithson aan de Brooklyn Museum School. Tussen 1966 en 1969 reisde Smithson met medekunstenaars Carl Andre en Robert Morris naar vervallen stedelijke gebieden en industrieterreinen waar hij inspiratie opdeed voor zijn kunstwerken. Hier deed hij ook het concept ‘non-site’ ontwikkelde, een presentatie van een willekeurige massa natuurlijk afval als nieuw idee voor eigentijdse beeldhouwkunst.